ARBEIDSVOORWAARDEN

Nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans

‘FLEXWERK BLIJFT TE AANTREKKELIJK VOOR WERKGEVERS’

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Bert Janssen

Rik van Steenbergen

Sinds begin dit jaar geldt de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) wil dat werkgevers hierdoor sneller flexkrachten in vaste dienst nemen. De FNV is niet blij met de nieuwe wet. Flexwerk wordt weliswaar iets duurder dan een vast contract, maar het is volstrekt onvoldoende om vaste banen weer tot de norm te maken.

Waarom is deze nieuwe wet er gekomen? Rik van Steenbergen, jurist bij de FNV: ‘De wet volgt de Wet Werk en Zekerheid op uit 2015. Ook die wet was niet ideaal. Maar voordat de Tweede Kamer had kunnen kijken of deze wet goed functioneerde, is er dus nu alweer de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Van ons had dat niet gehoeven.’ Van Steenbergen zet de belangrijkste verschillen tussen de nieuwe en oude wet op een rij.


TIJDELIJKE CONTRACTEN

‘Een werkgever mag nu in drie jaar tijd drie tijdelijke contracten aanbieden, voordat hij iemand in vaste dienst moet aannemen. Als tussen twee contracten een periode van meer dan een half jaar is verstreken, begint een nieuwe keten te lopen. In de oude wet ging het nog om drie tijdelijke contracten in twee jaar. Werkgevers klaagden dat dit onwerkbaar was. Koolmees is ze dus tegemoet gekomen. Voor de FNV was dit niet nodig, omdat de oude wet ook al een verruiming kende. Sociale partners konden en kunnen in de cao voor bepaalde werkzaamheden maximaal zes tijdelijke contracten in vier jaar afspreken.’

SEIZOENWERK

‘Daarnaast gold in enkele sectoren die afhankelijk zijn van het klimaat, zoals de open teelten in de land- en tuinbouw, de seizoenwerkersregeling. Het ging om werk in de open lucht dat maximaal negen maanden per jaar kon worden gedaan. Hier gold dat de tussenpoos van zes maanden kon worden verkort tot minimaal drie maanden. Deze mogelijkheid geldt nu niet alleen voor seizoenswerk, maar voor alle vormen van terugkerend tijdelijk werk. Daar kan dus van alles onder vallen. De FNV is hier niet blij mee, zeker niet omdat we nooit klachten hebben gehoord over de werking van de seizoenwerkersregeling.’

OPROEPCONTRACTEN

‘In de oude wet moesten oproepkrachten in principe een oproep accepteren. Nu mogen ze die weigeren als die korter dan vier dagen wordt gedaan. Die termijn kan in de cao worden ingekort tot een dag. Na een jaar moet de werkgever een oproepkracht een contract aanbieden met het gemiddeld aantal gewerkte uren over dat jaar. Dat contract kan een oproepkracht weigeren. Als de werkgever al binnen een jaar een aanbod doet, dan hoef je daar niet op te reageren. Gebruik maken van het aanbod betekent overigens niet dat er een einde aan de flexibiliteit komt. Alleen de arbeidsomvang wordt vast.’

PAYROLLING

‘Payrollers hebben in de Wet Arbeidsmarkt in Balans dezelfde arbeidsvoorwaarden als werknemers in vaste dient, ook wat betreft het pensioen. Hierdoor worden payrollers duurder dan uitzendkrachten. Het verschil tussen payrollen en uitzenden zit hem in de werving en selectie. Een uitzendbureau brengt vraag en aanbod van werk bij elkaar. Daarentegen zoekt bij payrollen de opdrachtgever zelf de werknemer. Vervolgens komt de werknemer in dienst van het payrollbedrijf. De FNV blijft tegen het inhuren van werknemers op deze manier. Daarom is het jammer dat de nieuwe wet payrolling alleen maar duurder maakt. Payrolling op zich wordt niet verboden.’

ONTSLAGRECHT

‘De belangrijkste reden voor een bedrijf om werknemers te ontslaan, is dat de zaken slecht gaan. Zo’n ontslag gaat via het UWV. Maar er zijn ook andere redenen voor ontslag, zoals vaak ziek zijn, niet goed functioneren, verwijtbaar handelen, een verstoorde arbeidsrelatie. Hiervoor moet een werkgever naar de kantonrechter. In de nieuwe wet kunnen al deze redenen ook worden gecombineerd. Iemand die vanwege deze combinatiereden wordt ontslagen, heeft recht op maximaal anderhalf maal de transitievergoeding.’

TRANSITIEVERGOEDING

‘Het goede aan de nieuwe wet is dat werknemers nu vanaf hun eerste werkdag recht hebben op een transitievergoeding. Het slechte nieuws is dat voor werknemers die ergens langer dan tien jaar werken de transitievergoeding veel lager is dan in de oude wet.’

Deel deze pagina