VEILIG EN GEZOND WERK

Staatssecretaris Van Ark:

‘BESCHERMING WERKNEMERS TEGEN GEVAARLIJKE STOFFEN MOET BETER’

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Arenda Oomen, Bert Janssen

‘Zowel kleine als grotere bedrijven die met gevaarlijke stoffen werken vinden de regels hierover ingewikkeld en hebben vaak te weinig kennis. Ook hebben ze moeite met het meten van de individuele blootstelling aan gevaarlijke stoffen.’ Dat schrijft staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, VVD) in februari aan de Tweede Kamer. Van Ark: ‘Ik vind het spijtig te constateren dat veel bedrijven achterblijven op het gebied van preventie op de werkvloer.’


In de brief geeft Van Ark toe dat er van het strenger straffen van bedrijven bij overtreding van de arboregels weinig terecht is gekomen. ‘Het gegeven dat nog steeds elk jaar 4100 mensen overlijden en andere mensen ziek worden door onveilige of ongezonde arbeidsomstandigheden maakt het noodzakelijk het huidige beleid tegen het licht te houden.’
Ze verwijst naar TNO-onderzoek waaruit blijkt dat bedrijven vaak niet beseffen welke verantwoordelijkheid ze dragen op arbogebied en ook niet weten hoe ze zaken moeten aanpakken. Ook noemt ze de aanbevelingen die de SER onlangs deed. Door meer voorlichting moeten werkgevers en werknemers beter bewust worden gemaakt van hun verantwoordelijkheid voor gezond en veilig werken, er moeten meer controleurs bij de Inspectie SZW komen en huisartsen moeten meer aandacht krijgen voor arbeidsomstandigheden.


UITSTOOT DIESELOLIE

Toch is er een succes te melden in de strijd om veiliger en gezonder werk. Op 1 juli voert Nederland na jarenlang lobbyen van de FNV een grenswaarde in voor de uitstoot van dieselolie van 10 microgram per kubieke meter. Staatssecretaris Van Ark neemt hiermee het advies over van de SER-commissie Arbeidsomstandigheden, waarin de FNV dit voorstel met succes voorlegde.
Van Ark schrijft in een brief aan de Tweede Kamer: ‘Ik ben verheugd dat werkgevers en werknemers tot een eensluidend advies zijn gekomen en neem dit over. Het is een ambitieuze grenswaarde in vergelijking met de Europese waarde, maar hij is volgens de sociale partners wel uitvoerbaar. De Europese Unie voert uiterlijk februari 2023 een grenswaarde van 50 microgram per kubieke meter in. Nederland loopt dus vooruit en kiest ook voor een striktere bescherming van de werknemer. Vanwege de ernstige effecten van de uitstoot van dieselolie is dit volgens mij meer dan gerechtvaardigd.’


GESCHROKKEN WERKGEVERS

Wim van Veelen, FNV-beleidsmedewerker veiligheid en gezondheid: ‘Die EU-grenswaarde van 50 microgram per kuub is natuurlijk veel te hoog. De Duitse auto-industrie heeft zich, naar nu blijkt met succes, verzet tegen een strengere grenswaarde. Terwijl de Nederlandse Gezondheidsraad vorig jaar een waarde van 1 microgram per kuub adviseerde, omdat dan het risico op ziektes en kanker voor werknemers zeer klein is en dus acceptabel. Nadat de EU de volgens ons veel te hoge grenswaarde had vastgelegd, stelden wij in de SER een flink lagere grenswaarde voor Nederland voor. De werkgevers reageerden met: “Als jullie 10 microgram per kuub willen, moet de Rotterdamse haven dicht en Schiphol ook.” Maar de Inspectie SZW vond daarna in oktober dat het rapport van de Gezondheidsraad leidend moest zijn. Daar schrokken de werkgevers van en wilden ze alsnog met ons praten over een aangepaste norm.’


EERSTE STAP

Van Veelen ziet de strengere Nederlandse grenswaarde als eerste stap: ‘We zijn er nog niet. We hebben nu de laagste grenswaarde voor dieseluitstoot op de werkplek niet alleen in Europa, maar in de hele wereld. Dat is goed voor werknemers en goed voor Nederland. Want we laten zien dat teveel aan kankerverwekkende stoffen op werkplekken niet acceptabel is en in het kader van de energietransitie ook niet meer nodig. Als over enkele jaren half Nederland rijdt op elektrische energie, behalve auto’s ook bestelbusjes, heftruck s en generatoren, dan gaan we voor die 1 microgram per kuub!’

ARBONETWERK

Nog meer goed arbonieuws: Cor den Dekker, FNV-kaderlid bij Albemarle Catalysts dat katalysatoren voor de petrochemische industrie produceert, heeft een plan om het FNV-arbonetwerk nieuw leven in te blazen.
Den Dekker: ‘Tot nu toe kwam het arbonetwerk bijeen in het Centraal Vakbondshuis in Utrecht. Maar hiermee bereikten we lang niet alle kaderleden die zich voor het netwerk willen inzetten. Daarom moeten we voortaan ook naar de bedrijven om werkplekken te bekijken. Want arbobeleid gaat allereerst over preventie. Werkgevers moeten alles in het werk stellen om veilige werkplekken te creëren. Als die werkelijk veilig is zijn, zullen er aantoonbaar minder arbeidsongevallen plaatsvinden.’
Den Dekker vindt dat met alleen een arbobeleid een bedrijf er nog niet is. ‘Een werkgever moet niet alleen tijd investeren in het instrueren van medewerkers. Ook moet hij een atmosfeer scheppen waarin medewerkers elkaar aan kunnen spreken op onveilig gedrag. Een klimaat om met elkaar discussies over veilige werkmethoden te voeren en best practices te delen. Zo zorgen we samen dat iedereen aan het eind van de werkdag heelhuids en gezond huiswaarts keert.’

Cor den Dekker