PENSIOEN

MET DEZE MAATREGELEN KAN BPL PENSIOEN WEER GEZOND WORDEN’

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Jeannette Schols

Patrick Meerts (links) en Hans Koehorst.

'DE AFSPRAKEN MOETEN LEIDEN TOT EEN GEZONDER
BPL-PENSIOEN'

Net als veel andere fondsen staat BPL Pensioen er financieel niet goed voor. Voor iedere euro aan pensioen die werd ingekocht, kwam vorig jaar slechts 55 cent aan premie binnen. Uiteraard kon dit niet zo kon doorgaan. Daarom hebben vakbonden en werkgevers afspraken gemaakt die moeten bijdragen aan een gezonder BPL Pensioen.

Dit zijn de afspraken:

  • De werknemers- en werkgeverspremie stijgen dit jaar met 2 procent en 1,3 procent. De premie van de werkgevers stijgt minder omdat zij in het verleden meer hebben bijgedragen.
  • In 2021 gaan de premies voor beiden nog een keer omhoog met 0,7 procent.
  • De totale pensioenpremie is dit jaar 25 procent. Hiervan betalen de werkgevers bijna driekwart en de werknemers iets meer dan een kwart. Volgend jaar is de premie 26,4 procent. Het aandeel van werkgevers in de totale premie daalt dan licht, dat van de werknemers stijgt licht.
  • Het percentage dat iemand jaarlijks aan pensioen opbouwt blijft 1,875 procent, het wettelijk toegestane maximum. Voor volgend jaar is het percentage nog niet bekend.

Volgens FNV-bestuurder Patrick Meerts en werkgeversonderhandelaar Hans Koehorst van LTO Nederland waren deze afspraken hard nodig. ‘Het BPL-bestuur heeft ons als sociale partners begin vorig voorjaar al opgeroepen om na te denken over maatregelen. Door de verdere verslechtering van de financiële positie van het fonds in de zomer kwam ook korten op de pensioenen en de aanspraken van deelnemers in beeld.’

Patrick Meerts: ‘BPL Pensioen heeft in oktober een brandbrief aan minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gestuurd met het verzoek om de regels voor 2020 iets te versoepelen om kortingen te voorkomen. Ook andere pensioenfondsen deden dit. Uiteindelijk heeft Koolmees de regels voor dit jaar versoepeld.’
Hans Koehorst: ‘Dit geeft het fonds zeker wat lucht. We hadden vervolgens achterover kunnen leunen, maar dat hebben we niet gedaan. De nieuwe afspraken over meer premie moeten bijdragen aan het herstel van het fonds.’


NIET MAKKELIJK

Zowel de werknemers als de werkgevers zien hun premie stijgen. Die van de werknemers stijgt dit jaar iets meer dan die van de werkgevers. Viel dit akkoord makkelijk uit te leggen aan de vakbondsleden?
Meerts: ‘Nee, maar de leden begrepen wel dat er iets moest gebeuren. Wat betreft de compensatie voor de werkgevers van 0,7 procent dit jaar: in 2012 was afgesproken dat bij een premieverhoging in 2022 de premie van de werkgevers met 0,7 procent omlaag zou gaan. Dit zou naar de werknemers worden verschoven. In 2013 hadden de werkgevers namelijk een extra verhoging van 1,8 procent voor hun rekening genomen. We hebben deze afspraak twee jaar vervroegd.’
Koehorst: ‘De werkgevers betalen overigens nog steeds het leeuwendeel van de pensioenpremie, dit jaar iets minder dan driekwart.’
Meerts: ‘Die verhouding was ooit 80 procent-20 procent, omdat de salarissen in de agrarische sector niet zo hoog waren. Ik zeg niet dat ze nu aanzienlijk hoger zijn. De FNV-onderhandelaars in de agrarische sector zullen er daarom alles aan doen om fatsoenlijke loonsverhogingen eruit te slepen.
Koehorst: ‘Verder zijn de voorwaardelijke pensioenrechten, VPL, onvoorwaardelijk geworden. Vroeger kon je die kwijtraken als je langer dan zes maanden werkloos werd of naar een andere sector overstapte. Deze rechten zijn eind december aan de pensioenaanspraken toegevoegd. Dit geldt niet voor werknemers in de groenten- en fruitverwerkende industrie, omdat die een eigen vroegpensioenregeling heeft.

GEEN FLIPPERKAST

De premieafspraken gelden voor twee jaar. Wat gebeurt er daarna? Koehorst: ‘In 2022 wordt naar verwachting het pensioenakkoord van juni vorig jaar ingevoerd. Vakbonden en werkgevers zullen hiervoor de komende periode nieuwe afspraken moeten maken.’
Meerts: ‘Die nieuwe afspraken zijn nodig omdat het pensioensysteem enigszins verandert. Er zijn grofweg twee systemen. Bij het ene systeem staat vast wat je op je pensioendatum ontvangt, maar kan de premie in de loop der jaren fors veranderen. Bij het andere ligt je premie vast, maar is de hoogte van je uiteindelijke pensioen onzeker. Door het pensioenakkoord wordt dat pensioenbedrag straks iets minder vast. Maar het wordt zeker geen flipperkast. Voor de FNV is belangrijk dat in het akkoord de solidariteit tussen de verschillende groepen deelnemers overeind is gebleven.’

Deel deze pagina