CORONA

FNV STELT SAMEN MET WERKGEVERS CORONAPROTOCOL OP

Tekst Adrie Boxmeer Beeld Bert Janssen

Hoe moet je veilig werken in de agrarische en groene sector in tijden van corona? Het antwoord op deze vraag staat in een speciaal protocol dat vakbonden en werkgevers hebben opgesteld. Namens de FNV was bestuurder Leo van Beekum hierbij betrokken. ‘We zijn een van de eerste sectoren die dit hebben gedaan. Ons protocol staat daarom model voor andere sectoren.’

Leo van Beekum: ‘De agrarische sector is belangrijk voor de voedselproductie. De regering heeft bepaald dat werknemers in de voedselproductie een cruciaal beroep hebben. Dat ligt anders voor bepaalde functies in de groene sectoren. Maar voor iedereen gelden natuurlijk de regels van het RIVM. Blijf thuis als je corona hebt, blijf thuis als je koorts hebt en ga pas aan het werk als je minimaal 24 uur klachtenvrij bent. Verder zijn er nog regels over verkoudheid, een loopneus, niezen, keelpijn en hoesten of als deze klachten zich bij huisgenoten voordoen.’

GROTE GEVOLGEN

Andere belangrijke regels om verspreiding van corona tegen te gaan, zijn in je elleboog hoesten, je handen regelmatig wassen en het houden van minimaal anderhalve afstand tot anderen. Dat laatste heeft grote gevolgen voor veel productieprocessen. Stigas, de preventieorganisatie van de agrarische en groene sector, heeft die in kaart gebracht voor de glastuinbouw, de open teelten, de melkveehouderij, de varkenshouderij en de pluimveehouderij. Daarnaast is voor seizoenswerkers ook gekeken naar de huisvesting en het vervoer naar het werk. Het protocol behandelt drie onderwerpen: veilig werken, veilig wonen en veilig reizen. Voor elk onderwerp zijn er drie niveaus. Niveau 1 is altijd de beste oplossing, maar helaas lang niet altijd realistisch of uitvoerbaar. Leo van Beekum: ‘Zo betekent niveau 1 bij veilig werken dat je thuis moet werken, maar dat is lang niet altijd mogelijk. Bij veilig reizen is de beste oplossing om helemaal niet te reizen, bij veilig wonen om alleen te wonen. Dat is bij seizoenwerkers niet de realiteit. Dus moet je de veiligheid van werknemers op een andere manier zoveel mogelijk waarborgen.’

WERKEN

Als je je werk niet thuis kunt doen, dan moet je dat dus in je bedrijf wel zo veilig mogelijk kunnen doen. Van Beekum: ‘Op de werkplek houd je anderhalve meter afstand door om de rij te oogsten, verder uit elkaar te oogsten, als je aan tafels werkt dat volgens het 'dambordmodel' te doen, minder werknemers aan een productieband, maar één persoon op een hoogwerker. Er zijn ook regels voor pauzeren en omkleden: dat doe je niet allemaal tegelijk, maar afwisselend in ploegen.’ Als deze collectieve regels niet goed mogelijk zijn, dan moeten er individuele maatregelen worden genomen. Van Beekum: ‘Denk aan het plaatsen van tussenschotten van plastic of plexiglas tussen jou en je collega. Desinfecteer deze schermen tijdens iedere pauze. Plaats scheidingswanden in de karretjes. Als ook dit niet mogelijk is dan blijven persoonlijke beschermingsmaatregelen over, zoals het dragen van mondkapjes. Die moet je dan wel tweemaal per dag vernieuwen. Als in je bedrijf diverse maatregelen zijn genomen, maar je desondanks een mondkapje wilt dragen dan kan dat uiteraard. Je werkgever moet dat mogelijk maken. Hij kan wel de kosten met je verrekenen.’

Oogsten in coronatijd: verder uit elkaar

REIZEN EN WONEN

Ook wat betreft het reizen naar en van de werkplek zijn er regels opgesteld. Uiteraard is het beste wat je kunt doen thuis blijven. Maar dat is voor veel mensen geen realistische optie. De op een na beste oplossing is alleen reizen met de auto. Leo van Beekum: ‘Als je met z’n tweeën reist, bijvoorbeeld in een busje, dan zit de tweede persoon schuin achter de bestuurder. Bij drie personen zit iedereen op een aparte rij volgens het dambordmodel. Houd bij in- en uitstappen anderhalve meter afstand, laat de achterste rij eerst instappen, maak het stuur, de versnellingspook en de handgrepen van de deuren voor vertrek schoon met desinfectiemiddel. Ook moet je steeds op dezelfde plek gaan zitten en steeds met dezelfde mensen reizen.’

Bij seizoenwerkers is alleen wonen vaak niet mogelijk. Vaak wonen ze in kleine ruimten met te veel mensen. Leo van Beekum: ‘Dat kan natuurlijk echt niet in deze coronatijd, omdat het de kans op besmetting vergroot. Mensen moeten op anderhalve meter afstand van elkaar kunnen wonen. Uiteraard moet er regelmatig worden schoongemaakt, deurklinken en lichtknoppen zelfs meer keren per dag.’

PLUSPUNT

Leo van Beekum vindt het belangrijk dat vakbonden en werkgevers gezamenlijk dit protocol hebben opgesteld. ‘Uiteraard weet ik dat papier geduldig is, maar we hebben duidelijke afspraken gemaakt over de naleving. Als een werkgever lak heeft aan de regels er wij horen dat dan trekken wij direct aan de bel bij LTO. Die spreekt de werkgever op zijn gedrag aan. Uiteindelijk kunnen we de Inspectie SZW inschakelen. Honderd procent garanties krijg je nooit, maar het feit dat vakbonden en werkgevers gezamenlijk via dit protocol de verspreiding van corona willen voorkomen, vind ik absoluut een pluspunt.’ Van Beekum verwijst naar de misstanden eind mei bij het vleesverwerkingsbedrijf Vion. Omdat er teveel seizoenwerkers in busjes naar het slachthuis in Apeldoorn werden vervoerd met alle risco’s op een corona-uitbraak, besloten de autoriteiten de slachterij te sluiten net zo lang tot het vervoer goed was geregeld. Leo van Beekum: ‘Uiteraard wens ik het geen enkele werkgever in de agrarische sector toe, maar sluiting van je bedrijf kan dus de uiterste consequentie zijn als je je niet aan de coronamaatregelen houdt.’

Deel deze pagina