BOEK

Oud-FNV-bestuurder Harry Vellenga schrijft boek over Friese zuivelindustrie

‘IK SPEEL ER ZELF OOK EEN ROL IN. DAT WERKTE THERAPEUTISCH’

tekst Adrie Boxmeer, beeld Jaap Spieker

'Toen de leden in Leeuwarden niet wilden staken, was de zaak verloren'

Waarom fuseerden de Friese zuivelcoöperaties veel later dan hun concurrenten in Oost- en Zuid-Nederland? En welke rol speelde de FNV in de zuivelindustrie in Friesland? Dat zijn vragen die aan bod komen in het boek ‘In de melk brokkelen’ van Harry Vellenga, gepensioneerd bestuurder van de FNV.

Harry Vellenga werkte 20 jaar als vakbondsbestuurder in de zuivelindustrie. Eerst voor de Voedingsbond FNV in Friesland, na 2002 na een mislukte staking (maar daarover later meer) werd hij landelijk bondsbestuurder voor de zuivel. Vellenga schreef al eerder een boek over zijn vader Jakob die twaalf jaar wethouder in Leeuwarden was en veertien jaar Tweede Kamerlid voor de PvdA.


Waarom een boek over de Friese zuivelindustrie?

‘Eigenlijk wilde ik weer een boek aan mijn familie wijden, ditmaal aan mijn grootvader en grootmoeder. Die zijn in 1889 geëmigreerd naar de VS, naar een christelijke gemeenschap in de buurt van Chicago. Uiteindelijk keerden ze weer naar Nederland terug, anders had ik hier vandaag waarschijnlijk niet tegenover je gezeten. Terwijl ik met dat idee rondliep, vroeg mijn uitgever of het niet een beter idee was om een boek over de zuivel te schrijven. Na enig nadenken vond ik dat een nog beter idee.’


Een boek over de zuivelindustrie, waarin je als vakbondsbestuurder zelf een rol hebt gespeeld. Is dat niet tricky?

Lachend: ‘Nou, in ieder geval therapeutisch. Dat klink heel zwaar en zo bedoel ik het niet. Maar je wordt gedwongen om op je eigen functioneren terug te kijken. Dat was deels ook al zo bij het boek over mijn vader, want als zoon van had ik natuurlijk veel wat ik over hem schreef van dichtbij meegemaakt.’


In Friesland had je naast zuivelcoöperaties ook jarenlang ‘vrije fabrieken’. Zijn daarom grote fusies lang uitgebleven?

‘Friesland was natuurlijk dé zuivelprovincie. Ongeveer elk dorp had zijn eigen zuivelfabriek, al dan niet als coöperatie of vrije fabriek. Uiteindelijk sloten veel van die kleine coöperaties zich aan bij twee grotere: CCF en Frico. Helaas was Frico jarenlang een zwakke coöperatie, die haar leden niet de hoge melkprijs kon bieden die de vrije fabrieken hun boeren wel gaven. Die vrije fabrieken konden uitstekend zelfstandig functioneren. Ze hadden zo’n honderd jaar geleden al een uitstekende positie opgebouwd. Ze verkochten hun boter en kaas direct aan afnemers tot ver buiten Friesland, in Amsterdam, maar ook in Londen. De vrije fabrieken zagen niet hoe een coöperatie hun positie kon verbeteren.’


Uiteindelijk vonden in 1983 en 1990 fusies plaats in Noord-Nederland. Na de laatste ontstond Friesland Frico Domo. Die kondigde een jaar later een reorganisatie aan die 1250 arbeidsplaatsen moest kosten. Reden voor de FNV om in 1992 een staking uit te roepen. Die mislukte echter.

‘In 1992 bleken de werkgevers één front te vormen dat zich niet liet uitspelen door de bond. De FNV heeft, als ik eerlijk ben, haar eigen positie overschat. Toen de leden in de zuivelfabriek in Leeuwarden niet wilden staken, was de zaak verloren.’


Tien jaar later, in 2002, riep de bond weer een staking uit. Ook die mislukte. Alleen was jij nu de stakingsleider.

‘Klopt. Ik ben in mijn boek eerlijk over mijn grote frustratie hierover. Maar er gebeurde ook iets anders: de boeren werden heel boos omdat ze pas op het allerlaatste moment hoorden dat hun melk de dag erna niet zou worden opgehaald. Dat hoorden ze niet van de coöperatie maar op Omroep Fryslân. Dat was een bewuste actie van de werkgevers. Alleen hadden zij zich vergist in de heftige reacties die dit teweeg bracht. Boze boeren kwamen naar café Spoarsicht in Workum waar wij een actiecentrum hadden ingericht om stakers in te schrijven. Op een bepaald moment werd de stemming van de boeren naar de stakers heel agressief. Ook bij het CNV-kantoor in Drachten werd de situatie bedreigend. Uiteindelijk hebben we de staking moeten beëindigen.’


Na 2002 is er geen staking meer geweest in de zuivelindustrie. Is dat het gevolg van de mislukking in 2002?

‘Indirect wel. Ik ben met de werkgevers om de tafel gaan zitten om schoon schip te maken. We waren het al snel erover eens dat we het nooit meer zo uit de hand moesten laten lopen als in 2002. Daar komt bij dat het sindsdien beter is gegaan in de zuivel. Bij cao-onderhandelingen hebben de werkgevers ook daadwerkelijk iets te bieden. Dat vergemakkelijkt de boel wel. Ik heb veel van de hoofdrolspelers, ook van werkgeverskant, gesproken voor mijn boek. De meesten wilden meewerken. Dat zegt iets over de verhoudingen.’


Uiteindelijk ontstond in 2008 FrieslandCampina, uit een fusie van Friesland Foods met Campina. Dat is een grote internationale speler, die wel heel erg ver af staat van de eerste coöperatieve Friese melkfabriek die in 1900 in Workum werd opgericht.

‘Inderdaad. Boeren, maar ook werknemers konden in Workum destijds vanuit de fabriek zo bij de directeur binnenstappen als ze iets wilde bespreken. Er staat een citaat van een juridisch medewerkster in mijn boek die altijd wist op welke dag ze chocolademelk maakten want dan rook het zo lekker op kantoor. Kom daar nu maar eens om, met het hoofdkantoor van FrieslandCampina in Amersfoort, ver weg van de productielocaties. André Olijslager, de grote man na de fusie in 1990, had het over melk als grondstof. Een ander citaat: “De melk die de boeren leveren heeft geen waarde. Wij voegen er als zuivelconcern waarde aan toe.” Of boeren van dit soort uitspraken vrolijk worden? Ik betwijfel het.’


Tot besluit: alle citaten in het boek staan in het Fries. Dan wordt het voor veel lezers, ook voor mij, moeilijk.

Lach: ‘Ik heb daar bewust voor gekozen. De historische stukken waar ik gebruik van heb gemaakt, waren nu eenmaal in het Fries. Ik sprak tijdens vakbondsbijeenkomsten ook vaak in het Fries. Maar je hebt gemerkt dat in het boek de citaten een aanvulling zijn op de rest van de tekst. Ook niet-Friezen kunnen dus begrijpen waarover het gaat.’

In de melk brokkelen, Harry Vellenga

€ 24,90, Uitgeverij Wijdemeer

ISBN 9789492052605


Verkrijgbaar bij Bol.com

Deel deze pagina