KADERDAG

KADERLEDEN OP BEZOEK BIJ DE RUITER SEEDS EN KOPPERT BIOLOGICAL SYSTEMS

tekst Adrie Boxmeer, beeld Jeannette Schols

'Water wordt steeds schaarser, dus proberen we de hoeveelheid water die nodig is voor het kweken van tomaten te verkleinen'

Dat de ene tomaat de andere niet is, was bekend. Maar wist je dat er zo’n 300 verschillende rassen zijn, waarvan zo’n 200 nog niet commercieel worden gebruikt? En dat er ‘nuttige insecten’ worden gekweekt om ‘plaaginsecten’ te bestrijden? Voor de FNV-kaderleden van de sector agrarisch/groen ging er een wereld open tijdens de jaarlijkse kaderdag.

De kaderleden bezochten twee bedrijven: De Ruiter Seeds in Bergschenhoek en Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs.

Bij De Ruiter werden ze ontvangen in het Experience Center, de nieuwe demonstratiekas die in maart vorig jaar is geopend. John van der Knaap, manager van de kas, vertelde eerst iets over de geschiedenis van het bedrijf. ‘In 1945 begon Wouter de Ruiter in Bleiswijk met de handel in pootaardappelen en land- en tuinbouwzaden. Daar kwamen al snel het selecteren, veredelen en produceren van zaden bij. Het bedrijf maakte een onstuimige groei door, reden voor het Amerikaanse Monsanto om het in 2008 over te nemen. Weer tien jaar lijfde Bayer de Amerikaanse concurrent in. Sindsdien maakt De Ruiter, overigens nog steeds onder eigen naam omdat die inmiddels wereldwijd een begrip was geworden, deel uit van de Duitse multinational. Niet gek voor een aardappelboer die na de Tweede Wereldoorlog is begonnen.’


Steeds minder water

Daarna gingen de kaderleden naar een enorme kas. Door de ruiten hadden ze zicht op een onafzienbare hoeveelheid tomaten. Van der Knaap: ‘We proberen hier door kruisen steeds betere tomatenrassen te kweken. We kijken hierbij onder meer naar de smaak, die in diverse landen heel verschillend kan zijn. Een bepaald tomatenras kan in het ene land heel populair zijn, terwijl in een ander land niemand hem lekker vindt. Zo hadden we kleine tomaatjes gekweekt die niet aansloegen in Japen, maar wel razend populair zijn in Polen. Ook proberen we tomaten te kweken die resistent zijn tegen meeldauw, een schimmel die de planten aantast. Daar bereiken we steeds betere resultaten mee. En we proberen onze tomaten duurzamer te maken. Water wordt steeds schaarser, dus proberen we de hoeveelheid water die nodig is voor het kweken van tomaten te verkleinen. Er zijn soorten waarbij je voor 1 kilo 50 liter water nodig hebt, maar inmiddels zijn er ook waarvoor je nog maar 30 liter nodig hebt.’

Na de uitleg bij de kas was het tijd om tomaten te proeven. De kaderleden mochten uit diverse soorten bepalen welke ze het lekkerste vonden. En hierbij bleken er evenveel verschillende voorkeuren als tomaten te bestaan.

FNV-consulente Naima Afkir (links) en kaderlid Corry van Velzen laten zich de tomaten smaken.

John van der Knaap van Ruiter Seeds kan honderduit vertellen over tomaten.

‘Steeds meer afnemers van voedingsmiddelen eisen dat ze op duurzame wijze worden geproduceerd'

Ziek en allergisch

De volgende halte was Koppert Biological Systems in Berkel en Rodenrijs. Dit bedrijf kweekt ‘goede’ insecten en schimmels die worden ingezet bij de bestrijding van ‘slechte’ insecten en schimmels in de agrarische sector.

Bram Klapwijk, specialist weerbaar telen, bij Koppert verwelkomde de kaderleden. Ook hij begon met de geschiedenis van het bedrijf: ‘In 1967 teelde Jan Koppert komkommers. Ziekten en plagen bestreed hij met chemicaliën. Maar het viel hem op dat de effectiviteit van deze middelen elk jaar afnam. Uiteindelijk werd Koppert ziek van deze producten en allergisch ervoor. Dat was voor hem aanleiding om op zoek te gaan naar een alternatief. Hij vond het in Zwitserland. Hij nam daar enkele insecten mee, die hij thuis op zijn teelt uitprobeerde en met succes. Zo vond hij als eerste een natuurlijke vijand om een spintplaag te bestrijden in zijn eigen kwekerij. In 1986 begon Koppert met het kweken van schimmels en in 1988 kwamen daar hommels bij. Inmiddels is het bedrijf marktleider op het gebied van biologische gewasbescherming en natuurlijke bestuiving.’


Niet te koop

Er zijn twee duidelijke overeenkomsten tussen De Ruiter en Koppert. Beide zijn vernoemd naar de oprichter en beide zijn inmiddels over de hele wereld actief. Maar er is ook een groot verschil: waar De Ruiter sinds ruim tien jaar onderdeel is van een multinational (eerst Monsanto, nu Bayer) is Koppert nog steeds een familiebedrijf. Klapwijk: ‘Uiteraard melden zich weleens gegadigden om het bedrijf te kopen. Ik kan nu al zeggen: dat heeft geen zin. De familie wil dat niet.’

Dat Koppert over de hele wereld actief is, behalve in Nederland ook in Spanje, Slowakije, Turkije, de VS en Brazilië, heeft overigens een bijzondere reden. Klapwijk: ‘De eerste is dat overal op de wereld verschillende insecten leven. Overheden hebben geen enkele behoefte dat insecten die bij hen niet voorkomen, ook al zijn het goede, door ons naar hun land worden geëxporteerd. De andere reden is dat insecten vaak maar een paar dagen leven. Als een klant ze nodig heeft, is het zaak dat we snel leveren. Dan is het niet handig als je enorme afstanden moet overbruggen.’

Volgens Klapwijk hebben, hoe kan het ook anders, biologische bestrijdingsmiddelen de toekomst. ‘Steeds meer afnemers van voedingsmiddelen eisen dat ze op duurzame wijze worden geproduceerd. Bij bijvoorbeeld Aldi en Lidl kom je als producent niet meer aan de bak als je chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt.’

Kaderleden Johan Krol (links) en Bert Klooster zijn zeer geïnteresseerd in hommels.

Deel deze pagina